1. Bereid de 'speelzone' slim voor
Jonge kinderen tot een jaar of 3 spelen nog niet echt met elkaar, maar vooral naast elkaar. Pas vanaf 3 jaar gaan kinderen echt samen spelen.
Onze tip: Ruim het lievelingsspeelgoed van je kind vooraf even op. Zo voorkom je direct bij binnenkomst al strijd om die ene favoriete knuffel of brandweerauto. Zet speelgoed neer waar ze makkelijk samen of naast elkaar mee bouwen, zoals blokken, klei of een spoorbaan.
2. Begrijp de 'ikke, ikke!'-fase
Pakt je kind zomaar een bal af van een ander kind? Dat hoort er bij jonge kinderen gewoon bij. Kinderen onder de 3 jaar hebben simpelweg het geduld nog niet om te wachten en moeten nog leren wat van hen is en wat van de ander.
Onze tip: Zeg liever niet direct "Niet afpakken!", want je kind begrijpt de bedoeling achter die uitroep vaak nog niet. Benoem in plaats daarvan de emotie van het andere kind: "Zie je dat Kim verdrietig wordt als jij de bal pakt? Zij was er net mee aan het spelen." Zo help je je kind stap voor stap om rekening te houden met de gevoelens van een ander.
3. Kies voor een korte en duidelijke tijd
Een hele middag afspreken na een lange dag op de opvang of school is vaak net te veel van het goede. Want als kinderen moe of vol van de dag zijn, ontstaan er sneller ruzies.
Onze tip: Houd een eerste speelafspraak kort: 1 tot 1,5 uur is voor een jong kind vaak meer dan genoeg. Vertel van tevoren duidelijk wanneer het spelen stopt, aan de andere ouder én aan de kinderen: "We gaan spelen tot het fruitmoment, daarna is het tijd om naar huis te gaan."
4. Word niet meteen scheidsrechter
Hoor je gegil of een boos "Doe niet zo irritant!"? Onze eerste reactie als ouder is vaak snel ingrijpen, partij kiezen of direct eisen dat kinderen 'sorry' zeggen. Een verplichte sorry leert een kind echter weinig over de situatie.
Onze tip: Grijp rustig in, maar kies geen partij. Benoem neutraal wat je ziet, zoals: "Volgens mij gaat het hier niet helemaal goed." Laat beide kinderen hun verhaal doen zonder elkaar te onderbreken en vat beide kanten samen. Van een kleine botsing leren kinderen namelijk superveel: het is dé manier om te oefenen met grenzen aangeven en voor zichzelf op te komen.
5. Laat ze zélf een oplossing bedenken
Zodra iedereen weer rustig is, laat je de kinderen het weer zelf oplossen. Dit bouwt zelfvertrouwen én veerkracht op.
Onze tip: Vraag aan de kinderen: "Wat kunnen we bedenken zodat jullie allebei fijn spelen?" Vaak komen ze zelf met verrassend creatieve oplossingen, zoals een kookwekker zetten voor het omwisselen van speelgoed. Is een kind te boos? Geef het dan eerst even de ruimte op een rustige plek om tot zichzelf te komen.
Heeft je kind een speelafspraak gehad waarin de kinderen flink ruzie maakten, maar het daarna samen weer bijlegden? Dan mag je echt trots zijn. Samenwerken, geven en nemen hoort er allemaal bij!
Kom je bij ons meespelen?
Op onze locaties leren kinderen iedere dag spelenderwijs samenwerken, ruzies oplossen en vriendschappen bouwen. Zoek een fijne plek bij je in de buurt en meld je kind vandaag nog aan!